CrossOvernieuws
Imago Wajong’ers vormt belemmering toetreding arbeidsmarkt
De wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, afgekort als Wajong, is een verzekering voor jongeren die voor hun zeventiende een beperking kregen en die op hun achttiende of ouder nog steeds hebben. Een handicap hoeft niet te betekenen dat die personen arbeidsongeschikt zijn, maar zelfs wie met een beperking te maken heeft van minder dan 25% komt moeilijk aan de bak.
Zo kwam Joost Heessels er zes jaar geleden achter dat hij niet alleen een hartkwaal had, maar ook het syndroom van Klinefelter. Heessels was voor de ontdekking van die beperkingen aan de slag bij multinational KPN, nu lijkt het zelfs onmogelijk om een baan te krijgen bij de bibliotheek. Wie bij Wajong terechtkomt, kan in aanmerking komen voor een re-integratietraject. Eerst volgt een keuringdoor het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). Bij groen licht wordt de Wajong’er begeleid door het re-integratiebureau.
Heessels is niet erg onder de indruk van die procedure: “Om de maand ga je langs voor een gesprek, waar je keer op keer te horen krijgt dat het een lastige arbeidsmarkt is.” Ook die bureaus krijgen een premie van de overheid om Wajong’ers te begeleiden, al wordt in praktijk weinig werk verzet. “Je wordt er nogal behandeld als een nummertje”, vertelt Heessels. Hij genoot een vooropleiding, heeft ervaring en is vooral bereid te werken. “Jammer dat er niet goed wordt geluisterd.”
Al is Heessels niet de enige Wajong’er die moeilijk aan de slag kan. Ook Marloes de Krom staat machteloos tegenover ‘gezonde’ werknemers. Ze volgde een tweejarige opleiding voor webdesign en netwerkbeheer. Iemand die niet Wajong’er is, doet zo’n vier jaar over dergelijke opleiding. “Als Wajong’er sta je kansloos tegenover iemand die een academisch traject volgde en bovendien geen beperking heeft. Er wordt een speciale regeling voorzien, waar ik heel dankbaar gebruik van hebgemaakt. Maar in praktijk helpt het me geen stap verder”, betoogt Marloes.
Er zijn zo’n 190.000 Wajong’ers waarvan slechts 20% aan de slag is. Zo’n kleine 60.000 personen zijn door hun beperking niet in staat te werken. Blijven er nog 90.000 Wajong’ers over aan de rand van de arbeidsmarkt. Volgens de jonggehandicapten liggen de oorzaken vooral bij de moeilijke re-integratiemarkt, een logge bureaucratie zoals UWV, groot risico op een armoedeval en een laag zelfbeeld bij veel Wajong’ers. Al is de organisatie van Wajong op zich een erg sterk initiatief, mede dankzij het UWV wordt er niet constructief aan een oplossing of re-integratie gebouwd. Succesvol terugkeren in de maatschappij lijkt met een etiket als Wajong erg moeilijk.
Het is dat etiket waar de Wajong’ers een probleem mee hebben. “Alsof het op ons voorhoofd kleeft bij een sollicitatie”, klinkt het bij Joost Heessels. “Wajong wordt nog altijd vaak in verband gebracht met ziek zijn, afwezigheid en geen productiviteit. Er zijn nog steeds heel veel jonggehandicapten gemotiveerd om hun plaats in de arbeidsmarkt in te nemen. Jammer dat die vooroordelen sterker zijn dan onze motivatie.”
De Nederlandse overheid heeft miljoenen gestopt in de re-integratie van jonggehandicapten, maar de vraag is of dat geld op de juiste manier besteed is. Dat geldt ook voor de re-integratiebureaus die een premie van 3.500 euro per Wajong’er krijgen. Al valt niet elk re-integratiebureau onder de noemer van inefficiënt, maar meer dan 50% van de 90.000 werkzoekende jonggehandicapten vindt na de begeleiding van die bureaus geen baan.
Tweede Kamerlid Sadet Karabulut (SP) stelt dat er nood is aan drie grote verbeteringen. “Ten eerste zou er een belangeloze overheidsinstantie moeten zijn die de dossiers van Wajong’ers persoonlijk en belangeloos behandelt. Zo wordt het gevaar vermeden dat organisaties veel premies willen opstrijken en geen oog hebben voor de menselijke kant van de dossiers”, vertelt Karabulut.
Karabulut ziet ook een verbetering mogelijk binnen het bedrijfsleven zelf: “Werk is een grondrecht, bedrijven zouden Wajong’ers verplicht een plek moeten geven binnen hun onderneming. Als de bureaucratie en begeleiding uit handen van werkgevers worden genomen zal er ook meer ruimte voor werkgevers komen om ook jonggehandicapten een plaats te geven.
Tot slot ziet de politica ook in de armoedeval een struikelblok: “Als je zo’n 950 euro per maand aan uitkering ontvangt, zal je voor minder dan die 950 euro niet snel aan het werk gaan. Werk moet lonen. Er zou een inkomens- en terugkeergarantie moeten komen voor beginnende werknemers, zodat er meer zekerheid is voor de toekomst. Iedere Wajong’er moet een kans krijgen.”Jonggehandicapten, beter bekend als ‘Wajong’ers’, hebben het moeilijk om hun plaats te vinden op de arbeidsmarkt, ondanks de subsidies die bedrijven krijgen om hen in dienst te nemen. Wajong’ers hebben te maken met een imagoprobleem waar ze zo snel mogelijk van af willen.
Bron: De Ondernemer

