CrossOvernieuws

Levensloopbeschrijving brengt ketensamenwerking in beeld

Integraal Toezicht Jeugdzaken (ITJ) onderzoekt de ketensamenwerking van voorzieningen en organisaties die bij een maatschappelijk (jeugd)probleem betrokken zijn. Eén instrument dat voor dit onderzoek ingezet wordt is de levensloopbeschrijving. Met dit instrument wordt aan de hand van een casus inzichtelijk gemaakt of en hoe voorzieningen samenwerken.

Aan de hand van de levensloop van een jongere die kampt met het onderzochte probleem, wordt in detail geconstrueerd wat gedaan is, waarom, door wie en met welk resultaat.

Tijdens het congres Samenwerken voor de jeugd in 2009 maakten veel deelnemers voor het eerst kennis met het instrument levensloopbeschrijving. In de workshop Levensloopbeschrijving brengt ketensamenwerking in beeldwerd uitgelegd hoe dit middel kan worden ingezet om samenwerking tussen hulpverlenende partijen in kaart te brengen en te verbeteren. Brenda Rijckenberg is werkzaam bij ITJ als methodoloog en was een van de sprekers tijdens de workshop. In het recente verleden was zij ook projectleider van een aantal onderzoeken waarbij de levensloopbeschrijving als instrument is ingezet. Een gesprek over de levensloopbeschrijving in de praktijk.

Waarom de levensloopbeschrijving?
De levensloopbeschrijving is een van de vele instrumenten die wij gebruiken in onze onderzoeken. Het is een methode om in kaart te brengen wat een jongere met een bepaalde problematiek heeft meegemaakt op het gebied van hulpverlening. Wanneer begonnen de problemen? Welke instanties waren betrokken? Wie heeft wat gedaan? Aan de hand van zon beschrijving kunnen we zien hoe de samenwerking is verlopen en wat het resultaat daarvan is geweest voor de jongere. De situatie van de jongere staat voor ons altijd centraal.

Hoe komt een levensloopbeschrijving tot stand?
Als wij met een onderzoek bezig zijn rond een bepaald onderwerp, dan zoeken wij alle dossiers bij elkaar die met een bepaalde jongere te maken hebben. Als het bijvoorbeeld gaat over voortijdig schoolverlaten, dan kan het zijn dat we bij het RMC (regionaal meld- en coördinatiepunt) beginnen met het opvragen van een dossier. Uit dat dossier komen weer andere partijen naar voren met wie de jongere contact heeft gehad. Ook die dossiers vragen we op. Het kost veel tijd en werk, maar zo ontstaat langzaam het complete beeld van de hulpverleningsgeschiedenis rond die jongere. Vooraf vragen we een machtiging bij de jongere en zijn of haar ouders om die dossiers ook allemaal te mogen opvragen.

En dan?
Dan weet je hoeveel partijen er door de loop van de tijd betrokken zijn geweest. En je ziet welke impact problemen op jonge leeftijd kunnen hebben op latere momenten in het leven van een jongere. Een van de dingen die we vervolgens doen is om aan de hand van een tijdslijn visueel inzichtelijk te maken wat er allemaal is gebeurd. Dat levert vaak hele drukke, onrustige plaatjes op. Op onze website staat een voorbeeld. Bij veel hulpverleners roepen dit soort overzichten reacties op. Door het zien van de levensloop van een probleemjongere valt het kwartje. Dat kan zo niet langer, is een reactie die we vaak horen.

Hoe zorgen jullie ervoor dat er ook echt iets met dat inzicht gebeurt?
Na het opstellen van de levensloopbeschrijving, proberen we alle betrokken hulpverleners, en indien mogelijk ook de jongere met zijn of haar ouders, bij elkaar te krijgen om de levensloopbeschrijving door te spreken. Doel daarvan is om vast te stellen waar in het traject bepaalde zaken voorkomen hadden kunnen worden. De gevallen die wij onderzoeken zijn altijd schrijnende gevallen. Het zijn geen representatieve casussen voor de gemiddelde jongere met dit soort problemen binnen de onderzochte gemeente. Dat is ook niet wat wij beogen. Wat wij willen is dat de professionals inzien hoe belangrijk een goede samenwerking is. En niet alleen voor hun eigen efficiëntie. Met de levensloopbeschrijving willen we juist laten zien wat het resultaat is voor de jongere zelf.

Zijn de betrokken hulpverleners welwillend om zon levensloopbeschrijving door te spreken?
Ja. Onze focus ligt niet op het benadrukken van de fouten. Wij richten ons echt op de vraag hoe het beter kan. Voor veel hulpverleners is het de eerste keer dat ze al die informatie bij elkaar zien. Als twee partijen tot de conclusie komen dat ze door samen te werken tot een beter resultaat voor de jongere komen, dan is dat pure winst.

Hoe komen jullie eigenlijk tot jullie onderwerpen en onderzoeken?
Ieder jaar programmeren wij onze werkzaamheden op een aantal themas. Problemen die we bijvoorbeeld hebben onderzocht, zijn voortijdig schoolverlaten, overgewicht, kindermishandeling. Rond het probleem zoeken we dan gemeenten waar relatief veel jongeren met de te onderzoeken problematiek in aanraking komen, en die hoog scoren op het risico dat jongeren met dat probleem in aanraking komen. We benaderen een aantal van die gemeenten en met hen maken wij de afspraak dat zij op basis van onze bevindingen samen met de ketenpartners een actieplan opstellen ter verbetering. De uitvoering van dat actieplan wordt door ons gemonitord. En na afloop verplicht een gemeente zichzelf ook tot een zelfevaluatie waarin duidelijk wordt wat de resultaten zijn van de genomen acties.

Hoe kunnen andere gemeenten ook profiteren van jullie kennis?
Dat is lastig in de zin dat iedere gemeente en ieder probleem weer uniek is. Wel zien we vaak bepaalde overeenkomsten. Problemen waar partijen blijkbaar keer op keer tegenaan lopen. Die inzichten maken we ook breder bekend, bijvoorbeeld door het verspreiden van rapporten, zoals de metarapportage Werkende Ketens.

Kunnen gemeenten of instellingen zelf met de levensloopbeschrijving aan de slag?
Dat kan ook en dat is iets waar we zeker niet tegen zijn. In een pilotproject met de gemeente Den Bosch experimenteren we bijvoorbeeld hoe de gemeente samen met andere ketenpartners het ITJ-instrumentarium kan toepassen in het kader van de regionale aanpak van kindermishandeling. Ook op die manier proberen we onze aanpak en kennis breder beschikbaar te stellen.
Daarnaast kunnen gemeenten zelf natuurlijk ook een levensloopbeschrijving samenstellen. Dit vraagt echter al wel iets van de samenwerking tussen partijen vooraf. Alle organisaties die betrokken zijn bij een bepaald kind of gezin, moeten dan wel van tevoren afspreken dat ze de dossiers willen delen die zij over dit kind hebben. ITJ heeft naast de machtigingen ook de bevoegdheden om dossiers op te vragen vanuit de reguliere inspecties. De gemeente heeft deze bevoegdheid niet. Afspraken over het delen van dossierinformatie zijn dan essentieel voor het succesvol samenstellen van een levensloop.
Tijdens de workshop waren er deelnemers die opperden dat de levensloopbeschrijving een goed hulpmiddel zou zijn voor Centra voor Jeugd en Gezin

Het is een hulpmiddel dat heel goed inzichtelijk kan maken hoe de samenwerking tussen partijen verloopt en op welke punten bijvoorbeeld preventie en vroegsignalering kunnen plaatsvinden. Als er een CJG betrokken is bij de hulpverlening aan die jongere, dan komt dat CJG in ons onderzoek naar voren. Maar ons onderzoek beperkt zich niet tot de CJG-partners. Ook de instanties die buiten het CJG vallen komen in de levensloopbeschrijving naar voren. (Denk bijvoorbeeld aan een tandarts die zuigelingencariës bij een kind constateert.) De problematiek van de jongere staat immers centraal.
Achtergrondinformatie ITJ
In Integraal Toezicht Jeugdzaken (ITJ) werken vijf rijksinspecties samen: de inspecties voor gezondheidszorg, onderwijs, jeugdzorg, openbare veiligheid, en werk en inkomen. De minister voor Jeugd en Gezin is de verantwoordelijke minister. ITJ richt zich op problemen van en door jongeren (bijvoorbeeld voortijdig schoolverlaten, overgewicht, armoede, enz.). ITJ onderzoekt de kwaliteit van de samenwerking van voorzieningen voor jeugd in relatie tot die problemen.

Meer informatie
Voor meer informatie over de levensloopbeschrijving kunt u terecht bij ITJ.

Bron: Samenwerkenvoordejeugd

buitenland

Eindelijk een mooie, activerende site voor werkgevers. Stuur een e-card of bekijk de 'Field Guide'! Thinkbeyondthelabel