CrossOvernieuws
05.11.08
Wajong: kan Nederland iets van Europa leren?
In Europa staan jonggehandicapten aan de kant, die onder de juiste voorwaarden wél kunnen werken.
Dit geldt ook voor Denemarken, dat een gedecentraliseerde aanpak kent voor de dienstverlening voor jongeren met een beperking. Omdat blijkt dat op lokaal niveau niet altijd de nodige expertise in huis is, wordt de hulp toch nationaal georganiseerd. Dit komt onder andere omdat de Wajongpopulatie een zeer gemêleerde groep is. Verder hebben Wajongers geen werkervaring en de kans dat ze aangenomen worden, lijkt in alle onderzochte Europese landen gering.
Onderzoeksrapport
Een succesvol Nederlands integratiebeleid van jongeren kan heel goed tot een exportproduct leiden. Dit blijkt onder andere uit het zojuist verschenen onderzoeksrapport Arbeidsparticipatie van jonggehandicapten. Een onderzoek naar Europese systemen en praktijken van Drs. I.W.C.M. (Irmgard) Borghouts-van de Pas (OSA) en Prof. mr. F.J.L. (Frans) Pennings (Universiteit van Tilburg).
Afgelopen jaar trok de constante stijging van het aantal personen die een Wajong-uitkering ontvingen sterk de aandacht. Het groeiende aantal Wajongers roept de vraag op of ook in andere landen dergelijke ontwikkelingen te zien zijn en zo ja, welke maatregelen ondernomen worden om de groei te stuiten. Afgelopen jaar werd daarom de situatie onderzocht in een aantal EU-lidstaten: Duitsland, België, Groot-Brittannië, Denemarken, Ierland en Tsjechië.
De idee in Denemarken is om hulp zo dicht mogelijk bij het individu te organiseren. Een mooi streven, maar de praktijk laat zien dat sommige groepen van personen met een beperking zo klein in omvang zijn dat de hulp toch nationaal wordt georganiseerd. Het blijkt niet altijd mogelijk om op lokaal niveau de nodige expertise in huis te hebben om bepaalde doelgroepen te helpen.
Geen specifieke inkomensvoorziening
Een belangrijk gegeven is dat in de onderzochte landen er geen specifieke inkomensvoorziening voor jonggehandicapten bestaat. De enige regeling die overlap vertoont met de Wajong is de Britse Incapacity in Youth regeling. Dit is geen aparte uitkering, maar een aparte set van regels voor jongeren die een Incapacity Benefit aanvragen. Deze regeling is beperkt tot jongeren in de leeftijd van 16 tot en met 20 jaar. De opname van jongeren in de Wajong heeft ertoe geleid dat over arbeidsongeschikte jongeren in Nederland veel meer (cijfermatige) informatie beschikbaar is dan in de andere onderzochte landen. Toename van het aantal arbeidsongeschikte jongeren is dan ook veel zichtbaarder in Nederland; in de andere landen wordt nauwelijks ongerustheid over een toename van het aantal jongeren gemeld.
Voorzieningen werk krijgen en houden
In de onderzochte landen blijken er wel diverse activiteiten te zijn om gehandicapte jongeren aan het werk te houden of te krijgen. In het algemeen kan echter worden gesteld dat het beleid zich nog in de kinderschoenen bevindt. Er zijn maar weinig instrumenten die Nederland niet ook kent of gekend heeft. Bovendien zijn er in de onderzochte Europese landen maar weinig cijfermatige gegevens bekend over het succes van deze voorzieningen. Dat betekent echter niet dat Nederland achterover kan gaan leunen. Ingezet kan vooral worden op de integratie en doorstroom vanuit beschutte werkplaatsen van jonggehandicapten richting de reguliere arbeidsmarkt. In de verschillende landen vinden goede initiatieven plaats die wellicht niet één op één zijn over te nemen- , maar waar Nederland naar zou kunnen kijken en zijn voordeel mee kan doen.
Werkgevers terughoudend
In alle landen zien we dat werkgevers huiverig zijn om jonggehandicapten in dienst te nemen. Onbekend maakt onbemind. Werkgevers die al jonggehandicapten in dienst hebben of in hun persoonlijke omgeving iemand kennen met een beperking zijn eerder geneigd om een jonggehandicapte een baan aan te bieden. Er kan meer werk worden gemaakt van het kennismaken van jonggehandicapten met potentiële werkgevers. Een leerpunt is dat er niet alleen financiële ondersteuning beschikbaar moet zijn, maar ook praktische ondersteuning op de werkvloer. Voor zowel de jonggehandicapte zelf, maar ook voor de werkgever en collegas die op de werkvloer met de jonggehandicapte samenwerken. Hier is nog een wereld te winnen.
Succesfactoren
Uit het onderzoek zijn een aantal succesfactoren af te leiden voor het succesvol integreren van jonggehandicapten op de arbeidsmarkt.
- Van belang is o.a. dat partijen die betrokken zijn bij de re-integratie (inclusief de jongeren zelf) zich committeren aan het project, zowel moreel als financieel en dat goed onderzocht is welke ondersteuning een persoon met een beperking nodig heeft om aan het werk te komen. Wat wil een persoon, wat zijn de valkuilen, wat is een geschikte/ongeschikte werkomgeving voor de persoon?
- De jonggehandicapten en werkgevers dienen de gelegenheid te krijgen om te werken aan goede arbeidrelaties. Dit betekent het scheppen van faciliteiten waardoor de jongehandicapte aan het werk kan gaan. We rekenen hier ook faciliteiten toe die het privédomein raken. Eén van de aanbevelingen is een werkplan op stellen in overleg met de partners uit de sociale omgeving van de persoon. Denk aan familie, vrienden en organisaties die al contact hebben met de jonggehandicapte. In Groot-Brittannië bijvoorbeeld hebben alle kinderen met een beperking rond de leeftijd van 13 jaar recht op een Transition Plan waarin staat wat het kind in de komende jaren wil bereiken en welke hulp daarvoor nodig is. Dit plan bevat verschillende aspecten van de levensloop zoals onderwijs, werk, gezondheid, wonen, transport en vrije tijd. Het kind ontvangt vanuit de school een uitnodiging voor een gesprek. Naast het kind kunnen ook ouders, leerkrachten, doktoren en anderen het gesprek bijwonen.
- Toeleiden van jonggehandicapten met beperking moet het hoofddoel zijn en niet het behalen van winst.
- Terugkeergarantie (naar beschutte werkplaats) bevordert deelname en biedt zekerheid.
- De capaciteiten van de jonggehandicapten dienen afgestemd te worden op de beschikbare banen. Banen dienen aangepast te worden aan de capaciteiten van personen met een functionele beperking. Jonggehandicapten zullen moeten werken aan hun beroepsvaardigheden.
De praktijkvoorbeelden uit dit onderzoek laten zien dat ook personen met een beperking een baan kunnen vinden op de reguliere arbeidsmarkt. Als men maar gemotiveerd is om te werken, gemotiveerd is om te investeren en op zoek gaat naar innovatieve oplossingen, buiten de gebaande paden. De personen met een beperking en werkgevers hebben wel hulp nodig bij het vinden en behouden van werk. In het ene geval tijdelijk, in het ander geval permanent. Dit vraagt een investering van de maatschappij.
Het sleutelwoord is en blijft: maatwerk
Een succesvol Nederlands integratiebeleid van jongeren kan heel goed als exportproduct leiden. In het buitenland staat het integratiebeleid van jonggehandicapten immers (ook) nog in de kinderschoenen. Met het oog op dit exportproduct zijn goede evaluaties en goede experimenten met integratieprojecten van jongeren des te meer noodzakelijk.
Voor nadere informatie:
Irmgard Borghouts, tel.: 013-4663350, e-mail: i.borghoutsvdpas@uvt.nl
Frans Pennings, e-mail: f.j.l.pennings@uvt.nl
Het rapport kunt u telefonisch bestellen bij het secretariaat van de OSA, 013-466 3350 of via het bestelformulier op de website. Daar kunt u kunt het rapport en de bijlages ook downloaden.
Het rapport Arbeidsparticipatie van jonggehandicapten, Een onderzoek naar Europese systemen en praktijken opgesteld door drs. Irmgard Borghouts (OSA, Institute for Labour Studies) en Prof. mr. Frans Pennings (UvT), ISBN: 978-6566-233-0, verkoopprijs 27,50 (incl. BTW en verzendkosten) en het bijbehorende bijlageboek, Integration into work of persons who were already disabled before adulthood. National reports, verkoopprijs 48,50 (incl. BTW en verzendkosten)

