CrossOvernieuws

23.07.08

Onderzoek organisatienetwerken: gids én spiegel

Crossover publiceerde in april 'Organisatienetwerken rond jongeren met een arbeidshandicap of beperking'. Thedo Keizer interviewde Jeanette Paul, de schrijfster van het rapport.

Het rapport brengt de vele organisaties in kaart die zich bezighouden met het verwerven en behouden van werk door jongeren met een handicap. Ook bevat het rapport een inventarisatie van hoe deze organisaties samenwerken.

Jeannette Paul, al twintig jaar specialist in alles wat met arbeid en reintegratie te maken heeft, werd gevraagd het rapport te schrijven. "Crossover wilde bij de start graag weten hoe het speelveld eruit zag. Iedereen overziet een stukje; vanuit de publieke sector, vanuit patientenverenigingen, maar er zijn nauwelijks mensen die het geheel kunnen overzien. Daarom kwam vanuit Crossover het verzoek om te beschrijven wie er in het speelveld rondlopen en wat hun formele taak is. Daarnaast wilden ze weten of er werd samengewerkt, en zo ja, hoe?"

Regionale aanpak

De eerste conclusie van het rapport is helder: het landelijke organisatienetwerk rond jongeren met een arbeidshandicap of beperking bestaat niet. Op regionaal niveau bestaan verschillende organisatienetwerken met ieder een eigen focus, eigen deelnemers en een eigen werkwijze. 'In regio's is veel gebaseerd op persoonlijke contacten', vertelt Paul. 'Men kent elkaar, ze vullen het samen in, en als het werkt dan blijft het.' Dat heeft tot gevolg dat de aanpak per regio kan verschillen.

Communicatie

Goede communicatie is essentieel voor een goede samenwerking. Iedereen hanteert eigen definities van begrippen als jongeren, arbeidsbeperkingen en Wajongers. Dit leidt tot spraakverwarring, ook in de media. "Het is ook complex", zegt Paul. "Kijk maar eens op de website van Crossover, daar staan in de factsheets wel honderd beperkingen beschreven. Veel beperkingen vragen om een specifieke aanpak. Je kunt als beleidsambtenaar bij een gemeente echter niet óók specialist zijn in al deze beperkingen. Maar je beleid moet wel iedereen passen."

Verkokering

Hier wreekt zich ook het gebrek aan coherente sturing vanuit Den Haag. Het rapport concludeert dat het leven van een jongere met een arbeidshandicap versnipperd is over drie beleidsterreinen: onderwijs, volksgezondheid en sociale zaken. Een jongere wordt geconfronteerd met verschillende en vaak uiteenlopende wettelijke regelingen, structuren, indicatiestellingen en uitvoerders. "Op ambtelijk niveau is er wel overleg tussen de departementen, maar er is sprake van verkokering", aldus Paul.

"Deze verkokering en gebrekkige interdepartementale samenwerking van onze rijksoverheid is natuurlijk al vaker beschreven. Die verkokering geldt niet specifiek voor de beleidsvorming rond jongeren met een arbeidshandicap. Maar deze jongeren en het veld hebben er wel last van!" De verkokering heeft ook zijn weerslag op de organisatienetwerken, die volgens het rapport veelal geinitieerd zijn door het rijk. Zo is het Wajong-netwerk, gecoórdineerd door het UWV, gericht op participatie (SZW). De zorgad-viesteams focussen op leerlingenzorg (VWS). De regionale meld- en coordinatiecentra houden zich bezig met schoolverlaters (OCW). En dan is er nog de komst van de Centra voor Jeugd en Gezin.

De meeste door het rijk geïnitieerde organisatienetwerken worden toegevoegd aan de bestaande organisaties, ze komen er bovenop, waardoor de coördinerende tussenlaag doorgroeit.

"Verkokering is een gegeven", vindt Paul. "En zelfs als je die aanpakt, moet je voorlopig geen wonderen verwachten. Wat lastig zal blijven, is datje altijd ergens een knip moet maken. Jongeren met een handicap bevinden zich op iedere grens die denkbaar is: de puberteit, de overgang van onderwijs naar werk, uit huis gaan en elders gaan wonen. Als je een beperking hebt, zijn al die tran-sities extra lastig. En niet iedere crisis heeft met die beperking te maken. Probeer daar maar eens goed onderscheid in te maken. Neem iemand die behandeld wordt in een kinderziekenhuis. Dat mag maar tot je achttiende, daarna schuif je door naar de volwassenenzorg en krijg je te maken met andere artsen en een ander systeem. Maar leg je de knip op andere plekken, dan krijg je weer met andere problemen te maken."

Verrassingen

Heeft het onderzoek nog onverwachte uitkomsten opgeleverd?

Paul: "Ik was blij verrast door een aantal categoriale organisaties, patienten- en consumenten- organisaties die zich richten op een bepaalde aandoening. Die hebben de zaken voor hun doelgroep vaak prima voor elkaar." Het rapport prijst de samenwerking tussen organisaties als de Autisme Info Centra en de lokale en regionale MEE-organisaties. Hier wordt een verbinding gemaakt tussen de ervaring rond een speciale aandoening en de regiofunctie van MEE. "MEE is daar goed in, ze werken op dat kruispunt", zegt Paul.

"Daarnaast zie je ook goede voorbeelden in de wereld van slechtzienden en slechthorenden", vervolgt ze. 'Dat zijn natuurlijk direct herkenbare beperkingen. Organisaties die zich daar op richten, timmeren al langer aan de weg. Desalniettemin is het niet alledaags een blinde collega te hebben, of een collega in een rolstoel." Pau! stelt vast dat de maatschappij het omgaan met mensen met een beperking ontwend is. "We moeten elkaar weer opvoeden, leren rekening te houden met mensei van verschillende pluimage. Uitlegger hoe je daarmee omgaat. Het is niet meer vanzelfsprekend datje collega's met een functionele beperking hebt."

Rol van werkgevers

Opvallend is de conclusie in het rapport dat werkgevers niet of nauwelijks betrokken zijn of worden bij organisatie netwerken die jongeren met een handicap helpen bij het vinden van een baan. Een slechte zaak, vindt ook Paul. "Hoe dat gaat? Er is een baan nodig, de werkgever wordt gebeld en gevraagd: heb je een baan? Zo werkt dat natuurlijk niet. Een werkgever rolt heus niet direct de rode loper uit. Hij ziet meteen beelden opdoemen, hij vindt het maar 'lastig' en moet 'veel regelen'. Werkgevers zijn niet op aarde om 'doelgroepers' werk te verschaffen. Zij willen een goede dienst leveren, winst maken en liever geen risico nemen. Je kunt zeggen 'onbekend maakt onbemind'.

Stage

In een stage of vakantiebaantje zouden werkgever en jongere wel eens kunnen kijken hoe het is om samen te werken. Daarnaast is het van belang het voor een werkgever aantrekkelijk te maken om jongeren met een handicap in dienst te nemen. Niet alleen financieel, maar ook met praktische hulp. Bijvoorbeeld door een jobcoach in te zetten. Dat is een formule die fantastisch werkt. Begeleid de jongere, maar ook de baas en de collega's. Als zij een geintje uithalen met iemand die een bepaalde gedragsstoornis heeft, kan dat helemaal verkeerd uitpakken. Maar je kunt heel goed leren hoe je daar mee om moet gaan."

Regionaal

Pleit het rapport voor de invoering van een landelijk organisatienetwerk?

"Nee", zegt Paul. "Dat moetje ook helemaal niet willen. Het streven moet op regionale netwerken gericht zijn, waarbij voor iedereen duidelijk is wat een ieder doet. Zodat je snapt bij wie je terecht kunt en je via een lokaal netwerk aan werk kunt komen. Dat betekent dat professionals elkaar beter moeten leren kennen. Maar dat ze ook moeten netwerken. Waar kun je jongeren plaatsen? Welke bedrijven en werkgevers kun je warm krijgen om het te proberen? Dat is zo belangrijk. Gewoon werken is de beste therapie, daar ben ik van overtuigd. Niks is zo goed als gewoon doen."

Kromme tenen

Het rapport sluit af met een blik vooruit. Deze beslaat slechts een alinea: "Ook de komende jaren wordt een groot aantal veranderingen in wet- en regelgeving doorgevoerd. Hierdoor is het niet aannemelijk dat voor jongeren en het veld snel overzichtelijker zal worden welke organisaties precies welke ro! hebben en hoe zij hun samenwerking organiseren." Dat klinkt niet erg opbeurend. Paul: "Er
is zoveel aan het veranderen. De AWBZ gaat schuiven. De Wajong is onderwerp van discussie. We weten niet of MEE zal blijven bestaan. En wat gebeurt er met de sociale werkvoorziening? Op sommige vragen bestaat domweg geen antwoord, dus kunje moeilijk in de toekomst kijken. Ik hoop dat de departementen erin slagen het beleid nu wel goed op elkaar af te stemmen, maar ik zit eerlijk gezegd wel met kromme tenen..."

Gids en spiegel tegelijk

Hoe zinvol is het rapport voor het veld?

"Het is in de eerste plaats handig als gids, als eerste orientatie", weet Paul. "Lees het door en je hebt een voorsprong. Voor mensen in de praktijk is het vaak niet zo helder wie waar echt voor verantwoordelijk is en waarop aanspreekbaar is. Iedereen bemoeit zich overal mee. In het onderzoek kun je lezen welke organisatienetwerken er zijn en hoe organisaties nu samenwerken. Naast die gidsfunctie kan het rapport ook fungeren als spiegel: netwerken kunnen naar zichzelf kijken en bezien of alles voldoende scherp is ingeregeld. Of is het toch nog te ondoorzichtig? Aan het werk dan!"

Het rapport

U kunt het rapport downloaden als pdf. 'Organisatienetwerken rond jongeren met een arbeidshandicap of beperking'

Bron: Maandblad Reïntegratie, juli 2008

buitenland

Eindelijk een mooie, activerende site voor werkgevers. Stuur een e-card of bekijk de 'Field Guide'! Thinkbeyondthelabel